Liefdevolle krenterigheid

Krenterigheid. Ik heb het niet van huis uit meegekregen. Dat verklaart misschien voor een deel waarom mijn moeder een beetje de vreemde eend in de familiebijt is.

Mijn moeder en haar broers en zussen zijn er voor elkaar. Dag en nacht. Voor- en tegenspoed. Tonnen goed advies worden uitgewisseld en hulp wordt geboden op alle fronten. Van belastingpapieren tot gecrashte computers. Er wordt voor elkaar gekookt, er wordt naar ziekenhuizen gereden. Mooi om te zien en mooi om soms deel van uit te maken. Maar als het om geld gaat, is er iets vreemds aan de hand.

Geld is een moeilijk ding in de familie. Van het apart afrekenen in een restaurant “want mijn gerecht was drie euro goedkoper”, via niet volledig meebetalen aan een cadeau “want ik ben niet de hele avond op het feest”. Afgelopen weekend was wat mij betreft het toppunt. Het jarige broertje werd even de kamer uitgestuurd zodat de rest het cadeau af kon rekenen. Het bedrag dat per persoon werd betaald, was lager dan wat mijn collega’s bijleggen voor een jubilaris. Ik was met stomheid geslagen. Of eigenlijk beet ik hard op mijn tong om er niets van te zeggen.

Krenterigheid. Het zou goed zijn als ik wat meer op mijn moeders familie leek. Mijn bankrekening zou er een stuk beter bijliggen. Maar ik kan dat niet. Als iemand die me dierbaar is, iets graag wil hebben, dan koop ik het, ongeacht het prijskaartje.

Maar het is natuurlijk veel belangrijker om voor elkaar klaar te staan, dan om dure cadeaus te geven. Dus ik heb gewoon een familie om te waarderen en om op te lijken.

Bellen

Vroeger wilde ik door zo veel mogelijk mensen vriendin genoemd worden, het liefst beste vriendin. Ik wilde een uitnodiging voor elke ‘fuif’ en ik wilde bij de stoere mensen horen.

In die tijd, de tijd van de telefoon met draaischijf en later van het eerste modelletje waarmee je door het huis kon lopen, wist ik met gemak dertig telefoonnummers uit mijn hoofd. Bellen was mijn grootse hobby. Uuuuuuuren hing ik met vriendinnetje B aan de lijn. Welk jurkje we aan zouden trekken naar de dansles, was een van de favoriete onderwerpen. En jongens. We hadden het veel over jongens.

Nu weet ik het nummer van de leuke jongen uit de trein niet eens. Ik ken nog twee telefoonnummers uit mijn hoofd: het vaste nummer van mijn mama dat onveranderd is gebleven sinds het ook nog mijn nummer was, en het vaste nummer van vriendinnetje A, dat nog thuis woont en wiens nummer evenmin in de laatste twintig jaar veranderd is.

Ik houd helemaal niet meer van bellen en vermijd het zo veel mogelijk (niet handig als je callcenterwerk doet). Veel minder mensen noemen me vriendin. Ik ben vaker collega, studiegenoot of kroegmaatje. En dat is prima. Voor iedereen is plek in mijn telefoon.

Te vroeg voor goede voornemens

Ik was bloedserieus toen ik me vorige week voornam iets aan mijn overgewicht te doen. Ik kan namelijk wel janken als ik mezelf in de spiegel bekijk. Als ik in een pashokje met genadeloos tl-licht heb eprobeerd mezelf in een broek of truitje maat XL te wurmen, ben ik de rest van de dag niet te genieten. En dat is zielig voor de leuke jongen uit de trein.

Ik begon goed, zoals gewoonlijk. Ik verhoogde de frequentie van het sporten en voegde zwemmen en rennen toe aan het vaste repertoire van bodytraining en steps. Ik deed boodschappen op momenten dat ik geen honger had, haalde niets lekkers meer in huis en kwam dus ook niet in de verleiding. Bovendien ging ik (toevallig) steeds meer uren werken, wat gunstig was, want mijn werkgever promoot een gezonde levensstijl met gratis fruit, overal watertanks, en gezond fairtradevoedsel in de kantine.

Maar na een paar dagen ging het mis. Een collega besloot op appelgebak te trakteren ‘gewoon omdat het mooi weer is’ en het woord ‘nee’ kreeg ik ineens mijn mond niet meer uit. Een vriend bood een gratis Moluks buffet aan; weigeren geen optie. Mijn schoonouders bakten frietjes. En gister nam de leuke jongen uit de trein, attent als altijd, een heerlijk romig witte, onweerstaanbare chocoladeletter voor me mee. Tot overmaat van ramp besloot mijn rechterenkel in de blessurestand te schieten, waardoor het sporten in de wacht moest.

Sinds mijn goede voornemen zijn er al twee kilo’s bijgekomen. Het is de hoogste tijd voor een slecht voornemen. Ik had ook gewoon tot 1 januari moeten wachten.

Achtbaan

In de afgelopen weken gingen vele briljante gedachten en stijlvolle zinnen verloren omdat ik ze hier niet kwijt kon. Iets met een migratie en allerlei termen uit web 2.0. Frustratie!!!

Een samenvatting van ‘de laatste tijd’
Ik leverde de definitieve versie van mijn scriptie in. Ik vroeg mijn bul aan. Ik hief het glas met deze en gene en proostte op dat enorme gevoel van opluchting en vrijheid. Ik kreeg het slechte nieuws dat definitief toch niet definitief was. Ik vloekte, huilde en stampvoette. Ik ging het Scriptiemonster opnieuw te lijf. Een lang gevecht. Maar alles komt goed.

Om mij heen kregen mensen veel slechter nieuws dan ik. Eerst moest mijn tante zich gewonnen geven. Toen verloor een oud-collega uit mijn vrijwilligerswerktijd de strijd tegen kanker. En vlak daarna nam een goede vriendin afscheid nemen van haar vader. Alle doden te jong. Mooie afscheidsdiensten. Veel verdriet.

Om mij heen brachten mensen ook goed nieuws. Vooral in de categorie: ‘Bruiloften & Zwangerschappen’. Bruiloft nummer vijf wacht komend weekend. Tot nu toe waren het allemaal goede feestjes en ook zaterdag wordt ongetwijfeld een vrolijke boel, ook al knaagt het Scriptiemonster aan mijn gemoedsrust.

Ik had nooit zo veel met de term ‘achtbaan van emoties’, maar ik geloof dat ik ergens eind juni in het laatste wagentje van de achtbaan ben gestapt.

Jij niet!

Na een ochtenddienstje callcenter loop ik naar de supermarkt. En wat ziet mijn oog? Een vormeloze mevrouw met een bloempotkapsel, lelijke instappers, een zwarte legging, een kind in een roze joggingpak aan haar hand. En ze heeft MIJN jurkje aan.

Het jurkje dat ik voor mijn verjaardag kreeg. In mijn lievelingskleuren groen, geel en blauw. Van een heerlijk kreukstofje. Met precies de juiste lengte voor mijn korte beentjes. En met een uitgesneden hals waarin mijn decolleté mooi uitkomt.
Ik was van plan het met zwier te dragen op een bruiloft dit weekend. Me ermee te onderscheiden van de massa. Een vrolijk statement te maken tussen mijn familieleden die zich op bruiloften voornamelijk in stemmig grijs kleden.
Wat dacht die andere mevrouw toen ze dat jurkje kocht? Ik ga er de blits mee maken bij het boodschappen doen?

Het grote wachten komt eraan

Het lijkt erop dat ik morgen de eerste versie van mijn scriptie ga inleveren. Te laat. Althans collegegeldgewijs. Maar toch een monumentaal moment. Waarna een dansje volgt midden in de hal van de bibliotheek. (Komt dat zien!). 

Ik heb het onderschat. Alweer. Terwijl het ondertussen mijn derde scriptie is. Hoewel… het schrijfsel voor de opleiding journalistiek mag die naam eigenlijk niet hebben. In Senegal verzonnen V en ik fantastische verhalen om onze docenten later te overstelpen met onbestaande bronnen en nooit gehouden interviews. Deze keer heb ik alles wetenschappelijk onderbouwd. Ik heb in de afgelopen weken een hoeveelheid artikelen gelezen waarmee we ons hele huis zouden kunnen behangen. Tot aan de plafonds toe.

Behalve lezen en schrijven, hoorden vloeken, schelden, klagen en mezelf uit bed slepen tot mijn dagelijkse bezigheden. En daar ging ik weer met drie boeken, zes artikelen, een literfles water en mijn laptop op weg naar de bieb. Gratis en voor niets vergezeld door nat herfstweer.

Ik ben al weken onaangenaam gezelschap voor de leuke jongen uit de trein, een slechte vriendin voor mijn vriendinnen, en een nare stalker van vage bekenden. Want werkelijk iedereen heb ik met een vragenlijst om de oren geslagen in de hoop genoeg proefpersonen te vinden voor het statistiekhoofdstuk. Ook mensen waar ik al maanden geen contact meer mee had.

Ook met schuldgevoel kan ons hele huis inmiddels behangen worden.

Nog een paar uur typen. Nog een paar uur pijnlijke ogen en polsen kweken omdat mijn miniscule laptop totaal ongeschikt is voor reusachtige bestanden. Nog één nacht te kort slapen. Nog één ochtend op mijn tandvlees. En dan op 'send' duwen. Waarna het grote wachten op commentaar begint. Ondertussen ga ik met mijn lief naar Brussel. Podia en musea afstruinen. Eten in mijn lievelingsrestaurantjes. Witte vedettjes van de tap in café De Walvis. Wachten zal nog nooit zo aangenaam zijn geweest!

‘t Is een klein beetje zwaar

Nee ik mag niet klagen. Geen honger en dorst. Geen levensbedreigende ziekte. Sowieso mag ik niet klagen zonder studiegenoten en geneeskundekoffie. Maar oef wat zijn ze zwaar die laatste loodjes.

De feiten:

Mijn scriptie is aangeland in een periode waarin ik de vorderingen niet helemaal in eigen hand heb, althans als ik het spel volgens de regels speel. Dus is het wachten op proefpersonen. Collega's, familie, dikke vrienden en vage bekenden; allemaal hebben ze mijn vragenlijstje op hun dak gekregen. En nog steeds niet genoeg antwoorden binnen… Ik was zeker en vast van plan me aan de ademische ethiek te houden, maar het begint nu langzamerhand te kriebelen om een paar proefpersonen een nieuwe nationaliteit te geven om aan genoeg Belgen te komen.

En dan dat vermaledijde hoofdstuk dat de titel Theoretisch Kader draagt. Aaaargh. Als ik er alleen al naar kijk, zie ik dingen om te veranderen. Ik blijf bezig. Het is nooit af.

Ondertussen voel ik me steeds een beetje schuldiger ten opzichte van de leuke jongen uit de trein. Hij klaagt niet, integendeel, maar toch… Dat hij al een jaar driekwart van de huur betaalt. Dat hij in zijn uppie gas, water, licht, televisie en internet bekostigt. Dat ik met mijn ochtenddiensten in het callcenter net genoeg heb voor de helft van de boodschappen.

Van het sollicitatiegesprek dat ik drie weken geleden in St. Vith had, heb ik niets meer vernomen. Op drie andere brieven die al meer dan een week geleden zijn gestuurd, heb ik (nog) geen enkele reactie, zelfs geen ontvangstbevestiging. Het goede nieuws is dat ik aanstaande maandag ben uitgenodigd voor een jobinterview. Voor een functie van 18 uur, wat dan eigenlijk weer veel te weinig is. Maar ook daar mag ik niet over klagen, want het is beter dan het werk dat ik nu doe.

Alles komt goed, ongetwijfeld, maar mag dat NU?

Alweer een afscheid

Deze keer kon ik afscheid nemen. Een dag voor mijn lieve tante stierf, stonden zusje en ik aan haar bed. We gaven haar een kusje op haar wang. Er was weinig te zeggen. Niets meer te bespreken. Het liefst had ik haar een dikke knuffel gegeven, maar daarvoor was ze al lang te breekbaar geworden.

Zaterdag mijn tante gecremeerd. Het word de derde keer dat ik zal spreken bij een overlijden. Het wordt een variatie op onderstaande tekst.

Tante M en oom J waren voor mij de constante factor van de familie. Je hoefde ze niet vaak te zien om precies te weten wat je aan ze had. Wat M en J je gaven was waardevol: oprechte interesse, gezonde nieuwsgierigheid en droge humor.

M en J toonden de meeste interesse in mijn schoonbroer toen hij voor het eerst in Nederland was. Ze vroegen hem van alles over zijn cultuur en waren de enigen van de familie die serieus overwogen zijn thuisland eens te bezoeken.

Ik ben ontzettend blij dat M erbij was op het huwelijk van mijn zus en schoonbroert. Het ging toen nog best goed met onze mater familias. Tegen de leuke jongen uit de trein sprak M die avond de hoop uit om na Rome nog een tweede reisje te maken. Een stedentrip naar Lissabon of Berlijn. Het liefst wilde ze nog eens terug naar Indonesië. Dat ze dat niet meer zou halen, besefte ze heel goed, maar dromen en hopen blijft een fijne bezigheid.

Helaas bleek vlak na de bruiloft dat M niet veel verder meer zou komen dan het ziekenhuis en haar eigen fijne huis. Wat een geluk dat ze de laatste dagen thuis was, op de plek waar ze van hield. Niemand had haar daar liefdevoller kunnen verzorgen dan J. Dankjewel lieve J voor je moed, je toewijding en je geduld.

Vier van haar nichtjes moesten van M ooit een dier gaan sparen. Zij spaarde uilen. Ik koos voor kikkers. Ons hele huisje staat er vol mee. Vrolijke, groene herinneringen aan mijn lieve tante. Met een ereplek voor het porseleinen exemplaar dat M en J ooit uit Indonesië meenamen.

Lieve M, voor als je nog ergens meeluistert: hopelijk is het fijn waar je nu bent, misschien zit je een potje te jokeren met oma, en je vindt er ongetwijfeld genoeg vrienden die je kunnen leren bridgen. Als de hemel bestaat, maak jij die een stukje gezelliger.

Lieve J, hopelijk kunnen wij nu waardevol zijn voor jou. Heel veel sterkte.

I sog to the max

Ik ben een RAMP. Ja inderdaad, met hoofdletters. Er zijn al boeken volgeschreven over soggen. Het is een geliefd onderwerp van columns en blogs. Het begrip wordt zelfs uitgelegd op Wikipedia. Maar toch moet ik het even kwijt: aaaaaaargh!!!

In tijden dat ik dringend aan de studie moet, is de wasmand nooit vol en de vaatwasser nooit leeg. Het is helemaal niet nodig -en zo lang het dit weer blijft ook totaal nutteloos- om onkruid uit te trekken of het terras te vegen, toch doe ik het. Het is complete onzin om al naar het milieuperron te lopen terwijl onze 'verzamelbak' nog maar half vol is, toch is het deze dagen een geliefd wandelingetje. Ik vind sporten hartsikke leuk, maar zo overdreven vaak als ik nu ga, heeft nog maar weinig met leuk te maken. En ineens vind ik het nodig om uitgebreide rituelen uit te voeren in de badkamer: insmeren, opmaken, mijn haar kammen (!!) en die ene dwarse wenkbrauwhaar uittrekken.

Als ik eenmaal in de bieb zit, dan gaat het wel. Behalve internet is er weinig afleiding. Maar de bieb gaat om 17.00 uur dicht. Dus. 

Weekendje weg

Eens in de zoveel tijd ga ik met vrienden en daar de vrienden van een weekendje weg. Vrienden van vrienden die ik zonder die vrienden nooit zou zijn tegengekomen, laat staan dat ik er vrienden mee zou zijn geworden. 

De mannen zijn gemakkelijk, die worden gewoon een paar jaar jonger in zo'n weekend. Flauwe moppen, boeren en scheten, wekkers verstoppen onder je bed, met bierdopjes schieten en uren klooien met barbecue en vuurkorf. Voorop lopen met wandelen. Heuvels op en af rausen met een mountainbike. Instinctief gedrag. Dat kan ik aan. Althans voor een weekend.

De vrouwen -op vriendin J na- zijn zo avontuurlijk als een deurpost. Het liefst hangen ze het hele weekend op de bank met hun man. Dat buiten de zon schijnt en de omgeving waar we logeren prachtig is, lijkt ze te ontgaan. Ze willen spelletjes doen, een tijdschrift lezen uit de categorie 'damesblad', of praten over dingen waar ik niets mee heb zoals trouwen en op vakantie gaan met de caravan. Als ze na minutenlang overleg (dat in mijn beleving steevast uren lijkt te duren) toch besluiten mee naar buiten te gaan, houden ze het na één rondje op de fiets, of één omgevallen boomstam op het bospad voor gezien. Kan ik weinig mee.

Toch ga ik mee. Iedereen is aardig en de ingrediënten (chips, bier, vlees) zijn uitstekend. Het is heerlijk dat iedereen op zo'n weekendje volledig zichzelf is en doet waar hij/zij zin in heeft. Ook vriendin J -sinds het weekend beter bekend onder de naam Alphavrouwtje- en ik. Vraag dat maar aan het veteranenelftal dat in het huisje naast ons logeerde…

Slecht gefrituurde bitterballen opwarmen op de barbecue?!?